Livestream

Collecte

Psalmen en Gezangen

Afkondigingen

Aanvang: 10:00u (stream start 09:45)
Voorganger: Ds. Hoekman

Gezang 153: 1 en 3
Gezang 162: 1, 2 en 4
Psalm 40: 4
Psalm 22: 12 en 16
Psalm 40: 3
Gezang 130: 1 en 2

Schriftlezing: Jesaja 50: 1 – 11

  1. Alzo zegt de Heere: Waar is de scheidbrief van ulieder moeder, waarmede Ik haar weggezonden heb? Of wie is er van Mijn schuldeisers, aan wien Ik u verkocht heb? Ziet, om uw ongerechtigheden zijt gij verkocht, en om uw overtredingen is uw moeder weggezonden.
  2. Waarom kwam Ik, en er was niemand, waarom riep Ik, en niemand antwoordde? Is Mijn hand dus gans kort geworden, dat zij niet verlossen kan, of is er in Mij geen kracht om uit te redden? Ziet, door Mijn schelding maak Ik de zee droog, Ik stel de rivieren tot een woestijn, dat haar vis stinkt, omdat er geen water is, en sterft van dorst.
  3. Ik bekleed den hemel met zwartheid, en stel een zak tot zijn deksel.
  4. De Heere Heere heeft Mij een tong der geleerden gegeven, opdat Ik wete met den moede een woord ter rechter tijd te spreken; Hij wekt allen morgen, Hij wekt Mij het oor, dat Ik hore, gelijk die geleerd worden.
  5. De Heere Heere heeft Mij het oor geopend, en Ik ben niet wederspannig, Ik wijk niet achterwaarts.
  6. Ik geef Mijn rug dengenen, die Mij slaan, en Mijn wangen dengenen, die Mij het haar uitplukken; Mijn aangezicht verberg Ik niet voor smaadheden en speeksel.
  7. Want de Heere Heere helpt Mij, daarom word Ik niet te schande; daarom heb Ik Mijn aangezicht gesteld als een keisteen, want Ik weet, dat Ik niet zal beschaamd worden.
  8. Hij is nabij, Die Mij rechtvaardigt, wie zal met Mij twisten? Laat ons te zamen staan; wie heeft een rechtzaak tegen Mij? hij kome herwaarts tot Mij.
  9. Ziet, de Heere Heere helpt Mij, wie is het, die Mij zal verdoemen? Ziet, zij zullen altemaal als een kleed verouden, de mot zal hen eten.
  10. Wie is er onder ulieden, die den Heere vreest, die naar de stem Zijns Knechts hoort? Als hij in de duisternissen wandelt, en geen licht heeft, dat hij betrouwe op den Naam des Heeren, en steune op zijn God.
  11. Ziet, gij allen, die een vuur aansteekt, die u met spranken omgordt! wandelt in de vlam van uw vuur, en in de spranken, die gij ontstoken hebt. Dat geschiedt u van Mijn hand, in smart zult gijlieden liggen.

Aanvang: 17:00u (stream start 16:45)
Voorganger: Prop van der Wal

Psalm 43, vers 1 en 2
Psalm 43, vers 4 en 5
Psalm 149, vers 1
Psalm 118, vers 7 en 11
Gezang 3, vers 1 en 3
Gezang 150, vers 1 en 2

Schriftlezing: Psalm 118

  1. Looft den Heere, want Hij is goed; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
  2. Dat Israel nu zegge, dat Zijn goedertierenheid in der eeuwigheid is.
  3. Het huis van Aaron zegge nu, dat Zijn goedertierenheid in der eeuwigheid is.
  4. Dat degenen, die den Heere vrezen, nu zeggen, dat Zijn goedertierenheid in der eeuwigheid is.
  5. Uit de benauwdheid heb ik den Heere aangeroepen; de Heere heeft mij verhoord, stellende mij in de ruimte.
  6. De Heere is bij mij, ik zal niet vrezen; wat zal mij een mens doen?
  7. De Heere is bij mij onder degenen, die mij helpen; daarom zal ik mijn lust zien aan degenen, die mij haten.
  8. Het is beter tot den Heere toevlucht te nemen, dan op den mens te vertrouwen.
  9. Het is beter tot den Heere toevlucht te nemen, dan op prinsen te vertrouwen.
  10. Alle heidenen hadden mij omringd; het is in den Naam des Heeren, dat ik ze verhouwen heb.
  11. Zij hadden mij omringd, ja, zij hadden mij omringd; het is in den Naam des Heeren, dat ik ze verhouwen heb.
  12. Zij hadden mij omringd als bijen; zij zijn uitgeblust als een doornenvuur; het is in den Naam des Heeren, dat ik ze verhouwen heb.
  13. Gij hadt mij zeer hard gestoten, tot vallens toe, maar de Heere heeft mij geholpen.
  14. De Heere is mijn Sterkte en Psalm, want Hij is mij tot heil geweest.
  15. In de tenten der rechtvaardigen is een stem des gejuichs en des heils; de rechterhand des Heeren doet krachtige daden.
  16. De rechterhand des Heeren is verhoogd; de rechterhand des Heeren doet krachtige daden.
  17. Ik zal niet sterven, maar leven; en ik zal de werken des Heeren vertellen.
  18. De Heere heeft mij wel hard gekastijd; maar Hij heeft mij ter dood niet overgegeven.
  19. Doet mij de poorten der gerechtigheid open, ik zal daardoor ingaan, ik zal den Heere loven.
  20. Dit is de poort des Heeren, door dewelke de rechtvaardigen zullen ingaan.
  21. Ik zal U loven, omdat Gij mij verhoord hebt, en mij tot heil geweest zijt.
  22. De steen, dien de bouwlieden verworpen hadden, is tot een hoofd des hoeks geworden.
  23. Dit is van den Heere geschied, en het is wonderlijk in onze ogen.
  24. Dit is de dag, dien de Heere gemaakt heeft; laat ons op denzelven ons verheugen, en verblijd zijn.
  25. Och Heere! geef nu heil; och Heere! geef nu voorspoed.
  26. Gezegend zij hij, die daar komt in den Naam des Heeren! Wij zegenen ulieden uit het huis des Heeren.
  27. De Heere is God, Die ons licht gegeven heeft. Bindt het feest offer met touwen tot aan de hoornen van het altaar.
  28. Gij zijt mijn God, daarom zal ik U loven; o mijn God! ik zal U verhogen.
  29. Loof den Heere, want Hij is goed; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.