God woont onder het bed

  • Arktueel
  • 5 min read

Ik benijd Kevin. Mijn broer Kevin denkt dat God onder zijn bed woont. Tenminste dat hoorde ik hem op een avond zeggen. Hij was hardop aan het bidden in zijn donkere slaapkamer en ik stopte even om naar hem te luisteren. “Ben je daar, God?” vroeg hij. “Waar bent u? O ja, onder het bed…” Ik grinnikte zachtjes en liep op mijn tenen verder. Kevins unieke gezegdes vormen bij ons thuis vaak een bron van vermaak. Maar op die bewuste avond bleef er iets bij mij hangen. Ik realiseerde me voor de eerste keer in wat voor een andere wereld Kevin leeft.

Hij werd 30 jaar geleden geboren, verstandelijk gehandicapt als gevolg van problemen bij de geboorte. Afgezien van zijn lengte (hij is 182 cm), zijn er maar een paar dingen waarin hij volwassen is. Hij praat en argumenteert als een 7 jaar oud kind en dat zal wel nooit veranderen. Hij zal waarschijnlijk altijd geloven dat God onder zijn bed woont, dat Sinterklaas cadeautjes neerlegt bij de schoorsteen en dat vliegtuigen in de lucht blijven hangen omdat engelen ze dragen. Ik vroeg me af of Kevin wel beseft dat hij anders is. Is hij wel eens ontevreden over zijn monotone leven? Voor dag en dauw staat hij op, gaat naar zijn werk, als hij thuiskomt laat hij de hond uit, geniet van zijn favoriete macaroni met kaas en gaat weer slapen. De enige variatie in het schema is het verzorgen van de was. Op die dag koestert hij de wasmachine zoals een hen haar kuikens. Hij lijkt niet ontevreden. Hij holt elke morgen naar de bus om vijf over zeven en ziet gretig uit naar een nieuwe werkdag. Hij wrijft opgewonden in zijn handen als het eten staat te koken en hij gaat twee keer per week later naar bed om onze vuile was bij elkaar te verzamelen voor de volgende dag. En zaterdags, o gezegende zaterdag! Dat is de dag dat mijn vader hem meeneemt naar het vliegveld om een colaatje te drinken en naar de vliegtuigen te kijken en hardop te speculeren over de mogelijke bestemming van iedere vertrekkende passagier. “Die gaat naar Chi-car-go!” roept Kevin, terwijl hij in zijn handen klapt. Zijn verwachting is zo groot, dat hij er vrijdags slecht van slapen kan. En zo gaat zijn wereld van dagelijkse rituelen en zijn wekelijkse uitjes voorbij. Hij weet niet eens wat ontevreden zijn is. Zijn leven is simpel. Hij zal nooit de verstrikkingen van welvaart en macht kennen en het interesseert hem niet wat voor merk kleren hij aan heeft of wat voor soort voedsel hij eet. Er wordt altijd in zijn noden voorzien en hij maakt zich geen zorgen over de dag van morgen. Zijn handen willen werken. Kevin is nooit zo gelukkig dan als hij werken kan. De afwasmachine leegmaken of stofzuigen doet hij met heel zijn hart. Hij probeert niet onder een klus uit te komen en hij gaat er ook niet eerder vandoor voordat het werk klaar is. Maar na het werk weet hij ook lekker te relaxen. Hij wordt niet geobsedeerd door zijn werk of het werk van anderen. Zijn hart is puur. Hij gelooft nog steeds dat iedereen de waarheid spreekt, beloftes zijn er om je aan te houden en als je verkeerd hebt gedaan moet je excuses aanbieden in plaats van te argumenteren.

Vrij van trots en zonder zich anders voor te willen doen als hij is, is Kevin ook niet bang om te huilen als hij pijn heeft, boos is of spijt heeft. Hij is altijd transparant en echt. En hij vertrouwt God. Hij is niet beperkt door intellectuele redenaties. Als hij tot Christus komt, dan komt hij als een kind. Het lijkt wel of hij God kent—echt bevriend met Hem is op een manier die voor ons intellectuelen moeilijk te snappen is. God lijkt wel zijn beste maatje. In mijn momenten van twijfel en frustraties met mijn geloof, ben ik jaloers op de zekerheid die Kevin bezit. Dan wil ik graag toegeven dat hij een soort heilig weten bezit die mijn geestelijke pet te boven gaat. Dan realiseer ik me dat ik de gehandicapte ben en niet hij. Jazeker, mijn plichten, mijn vrees, mijn trots, mijn omstandigheden—dat zijn vaak even zovele handicaps als ik ze niet in Gods hand leg.

Wie weet begrijpt Kevin wel zaken die ik nooit zal leren. Als je het goed bekijkt heeft hij zijn hele leven al geleefd in die soort onschuld, biddend in het donker, zich koesterend in de goedheid en liefde van God. En op een dag, als de mysteries van de hemel ontrafeld worden zullen we verbaasd staan over hoe dicht God werkelijk bij ons was, en dat Hij zelfs de eenvoudige gebeden heeft verhoord van een jongen die dacht dat God onder zijn bed woonde. Kevin zal dan heerlijk verder genieten!

(–Auteur onbekend (overgenomen uit AllWorship.com) vertaling Josine)